thuismenu kleinKerst is een familiefeest. Deze dagen willen we vooral samen doorbrengen met de mensen die ons dierbaar zijn. Wat er op tafel komt is belangrijk, maar de gezelligheid komt toch op de eerste plaats. Daarom brengen we jullie dit ietwat nostalgische thuiskerstmenu, dat enerzijds een klassiek kerstmenu is, maar anderzijds ook is geïnspireerd op de Nederlandse doordeweekse keuken. Het hoofdgerecht is een heus seitangebraad met rode-wijn-uiensaus en een lekkere stamppot, De maaltijd sluiten we af met griesmeelpudding, die we extra feestelijk hebben gemaakt met onder andere saffraan en marsalawijn. Het menu is puur plantaardig en gemakkelijk klaar te maken. Een groot deel kun je al eerder voorbereiden, zodat je geen stress hoeft te hebben op de dag zelf.

Voor 4 personen

Salade van rode biet met rucola en hartige boekweitkoekjes

***

Romige soep van kastanjechampignons

***

Seitangebraad met rode-wijn-uiensaus en knolselderstamppot

***

Aromatische griesmeelpudding met marsalarozijnen en marsalasiroop

Salade van rode biet met rucola en hartige boekweitkoekjes

Deze salade van rode is biet is bij mij thuis eigenlijk een klassier. Ze is lekker als voorgerecht, maar kan ook prima als bijgerecht bij de hoofdmaaltijd. De boekweitkoekjes die we erbij serveren zijn erg gemakkelijk om te maken, geen bakervaring vereist. Je kunt ze ook een paar dagen in een afgesloten doos bewaren, dus je kunt ze probleemloos een of twee dagen op voorhand bakken. Hier serveren we ze bij het voorgerecht, maar ze zijn ook erg lekker als cracker met een dipsaus naar keuze.

Salade van rode biet met rucola

500 g gekookte rode bieten
1 kleine ui
4 el olijfolie
2 el balsamico-azijn
1 tl mosterd
½ tl gedroogde tijm
1 el fijngehakte peterselie
peper en zout
50 g rucola
optioneel: 75 g walnoten

  • Snij de ui zeer fijn. Doe ze in een slakom. Snij de bieten in blokjes en voeg deze ook toe, samen met de peterselie.
  • Meng de olijfolie, de balsamico-azijn en de mosterd tot een vinaigrette. Kruid af met tijm, peper en zout.
  • Giet de vinaigrette over de bieten en meng goed. Laat minstens een uur in de koelkast staan om op smaak te komen.
  • Voor het opdienen verdeel je de bietensalade over de borden. Werk af met rucola en eventueel grof gehakte walnoten. Leg ook een paar boekweitkoekjes op elk bord.

Hartige boekweitkoekjes

We maken de koekjes mooi en feestelijk door ze uit te steken met een kerstboomvorm. Andere vormen zijn ook mogelijk.

150 g boekweitmeel
100 g tarwebloem + extra om te bestuiven
8 g bakpoeder (½ zakje)
snuf zout
½ tl zwarte peper
100 g plantaardige margarine om te bakken, op kamertemperatuur
3 el ijskoud water

Verder nodig: deegroller, uitsteekvorm in kerstboomvorm, bakpapier

  • Meng het boekweitmeel, de tarwebloem, het bakpoeder, het zout en de peper in een beslagkom. Snij de margarine in blokjes en kneed deze met je vingertoppen door het meel totdat  je een kruimelig deeg krijgt. Het is belangrijk dat de margarine op kamertemperatuur (en dus zacht) is, anders lukt het mengen niet goed. Voeg lepelgewijs ijskoud water toe totdat je een samenhangend deeg krijgt. De hoeveelheid water kan variëren.
  • Maak een bal van het deeg, wikkel in plasticfolie en laat deze een uurtje in de koelkast rusten.
  • Warm de oven voor op 180 graden.
  • Bestuif het werkoppervlak met bloem. Rol hierop het deeg met de deegroller uit tot een dikte van twee à drie millimeter. Steek hier kerstboompjes uit met behulp van de uitsteekvorm. 
  • Het resterende deeg kneed je opnieuw tot een bal en rol je uit zodat je weer aan de slag kan met de uitsteekvorm. Herhaal dit tot het deeg op is.
  • Leg de kerstboompjes op een met bakpapier of siliconenvel beklede bakplaat en bak ze 5 minuten in een voorverwarmde oven op 180 graden.
  • Laat ze afkoelen op een taartrooster en bewaar ze in een afgesloten doos tot gebruik.

thuismenu voorgerecht

Kastanjechampignon-roomsoep

Deze champignonsoep is zowel rustiek als feestelijk. Ze is vrij snel klaar en je kunt ze rustig een dag van tevoren bereiden. Voor het opdienen warm je de soep dan op zonder dat ze aan de kook komt. Geef er eventueel nog wat overgebleven boekweitkoekjes van de vorige gang bij, indien de gasten erl niet al spontaan om vragen.

500 g kastanjechampignons
1 prei
2 tenen knoflook
1 l water
1 blokje groentebouillon (bedoeld voor 5 dl)
1 laurierblad
1 takje tijm
1 dl plantaardige room
olie om te bakken
peper en zout
2 el fijngehakte peterselie

  • Maak de prei schoon en snij hem fijn. Bak deze glazig in wat olie in een ruime soeppan. Maak 350 gram kastanjechampignons schoon en snij deze in kwartjes. Hak de knoflook fijn. 
  • Voeg de champignons, de knoflook, de tijm en het laurierblad toe en laat een tiental minuten meebakken met het deksel op de pan, onder regelmatig roeren.
  • Intussen maak je de overige 150 gram kastanjechampignons schoon. Snij ze halfdoor en daarna in dunne plakjes. Bak ze gaar in een hete pan met wat olie. Zet opzij.
  • Voeg het water en het bouillonblokje toe en breng het geheel aan de kook. Laat de soep 5 à 10 minuten koken. Langer hoeft niet want de groenten waren al bijna gaar.
  • Verwijder de tijm en de laurier en pureer de soep met een staafmixer. Voeg de room en de champignonplakjes toe en kruid de soep af met peper en zout.
  • Werk de soep in de borden af met fijngehakte peterselie.

thuismenu soep

Seitangebraad met rode-wijn-uiensaus en knolselderstamppot

Het hoofdgerecht maken we lekker klassiek. De ster op de tafel is zonder twijfel het seitangebraad. Het oogt indrukwekkend, maar het is eigenlijk heel gemakkelijk om te maken. Hierbij geven we een saus van rode wijn en uien en een simpele knolselderstamppot. De saus kun je ruim van tevoren maken en langzaam opwarmen. Het seitandeeg kun je een paar uur van tevoren maken en ingepakt in de keuken laten rusten. Houd er wel rekening mee dat het een uur de oven in moet. Begin dus met bakken voor of tijdens het voorgerecht. De stamppot maak je op het moment zelf. Wel kun je de aardappels en de knolselder op voorhand snijden. Bewaar de aardappels dan wel in water.

Seitangebraad

125 g bruine bonen
2 tenen knoflook
3 el sojasaus
2 el olijfolie
1 tl mosterd
240 g glutenpoeder
45 g gistvlokken
1 tl knoflookpoeder
1 tl uienpoeder
1½ tl provençaalse kruiden
½ tl peper
3,5 dl water
1 blokje paddenstoelenbouillon of groentebouillon (voor 5 dl liter vocht)

Verder nodig: bakpapier, aluminiumfolie

  • Breng het water aan de kook en los hierin het bouillonblokje op. Laat de bouillon afkoelen tot koud of lauwwarm.
  • Pureer de uitgelekte bruine bonen, de knoflooktenen, de sojasaus, de olijfolie en de mosterd tot een gladde massa met de staafmixer of met de blender. Zet opzij.
  • Doe alle overige ingrediënten, met uitzondering van de bouillon, in een ruime beslagkom. Meng ze goed en roer er daarna de bonenpuree onder. Giet er nu beetje bij beetje de bouillon bij, al knedend met je handen. Indien je een keukenmachine hebt met een kneedhaak, dan mag je die ook gebruiken. In het begin lijkt dit te veel vocht, maar het deeg zal dit geleidelijk aan opnemen.
  • Wanneer al het vocht is opgenomen, dan breng je het deeg over naar een glad werkoppervlak. Kneed het deeg vervolgens nog tien minuten totdat hij elastisch wordt. Indien je een keukenmachine gebruikt, laat je die gewoon tien minuten verder draaien.
  • Verwarm de oven voor op 175 graden.
  • Rol het seitandeeg tot een worst van ongeveer 25 cm. Draai deze in bakpapier. Laat de uiteinden uitsteken. Draai deze hierna in aluminiumfolie. Draai de uiteinden zoals een snoepje, zodat het deeg er relatief strak in zit.
  • Bak een uur in een op 175 graden voorverwarmde oven. Laat het gebraad een tiental minuten rusten alvorens het aan te snijden.

Rode-wijn-uiensaus

300 g uien
50 g plantaardige margarine of 0,5 dl olie
50 g bloem
2,5 dl groentebouillon
2,5 dl (vegan) rode wijn
2 el sojasaus
3 el appelstroop of Luikse stroop
takje verse tijm
laurierblad
peper en zout

  • Maak de uien schoon en snij ze in zeer dunne ringen of halve ringen. Bak de uien op een laag vuur in de margarine of olie in een sauspan met deksel.
  • Zet het vuur ietsje hoger, voeg de bloem toe en laat al roerend twee minuten meebakken.
  • Giet er nu beetje bij beetje al roerend met een garde de bouillon en de rode wijn bij. Voeg ook het laurierblad en de tijm toe.
  • Breng de saus aan de kook en roer de sojasaus en de stroop door, Laat nog drie minuten zachtjes doorkoken. De sojasaus en de stroop zorgen niet enkel voor de smaak maar ook voor een mooiere kleur.
  • Verwijder tijm en laurierblad en werk af met peper en zout.

Knolselderstamppot

900 g bloemige aardappels (b.v. bintje)
450 g knolselder
1 ui
1 teen knofllook
1 laurierblad
olie of margarine om te bakken
peper en zout
2 el fijngehakte peterselie (optioneel)

  • Snij de ui fijn. Hak het teentje knoflook fijn. Bak ze glazig in olie of margarine in een ruime pan. 
  • Schil de aardappels en snij ze in gelijkmatige plakjes van ongeveer één centimeter. Schil de knolselder en snij hem in blokjes van een kubieke centimeter of net iets groter.
  • Leg de aardappelplakjes mooi en gelijk in de pan. Leg hierop het laurierblad en voeg een snuf zout toe. Leg nu de selderblokjes  er netjes op. Zo krijg je een gelijkmatige garing.
  • Voeg ongeveer twee deciliter water toe. De bedoeling is dat het water verdampt, net zoals bij gestoofde wortels. De knolselder gaart door de stoom.
  • Breng het geheel aan de kook en laat het met deksel ongeveer 20-25 minuten zachtjes koken, of totdat het water verdampt is en de aardappels en de selder gaar zijn. 
  • Wanneer het geheel droog staat, voeg je wat water toe. Wanneer je te veel water hebt gebruikt, haal je het deksel eraf en zet je het vuur hoger, zodat het water sneller verdampt. Afgieten is het laatste redmiddel.
  • Een paar minuten voor het einde roer je alles even door elkaar. Verwijder het laurierblad en pureer het geheel met een stamper of een roerzeef. Kruid af met peper en zout en voeg eventueel nog een klontje margarine of wat olie toe.
  • Serveer de stamppot met een plak gebraad en een lepel. Werk het bord eventueel nog af met peterselie.

thuismenu hoofdgerecht

Griesmeelpudding met marsalarozijnen, marsalasiroop en amandelschilfers

Griesmeelpudding is een traditioneel toetje dat vooral thuis gegeten wordt. Toch past deze feestelijke versie wel degelijk in een kerstmenu: we verfijnen de griesmeelpudding met specerijen, saffraan en marsala, een versterkte wijn uit Sicilië. Het geheel werken we af met een siroop van marsala en geroosterde amandelen. De pudding kun je al een dag eerder maken. De marsalasiroop maak je het liefst eerder klaar, want die moet helemaal afkoelen. Die kun je trouwens gemakkelijk een week in de koelkast bewaren. Marsala vind je bij de slijter in Nederland, in België in de betere supermarkt zoals Delhaize.

Voor de griesmeelpudding:

80 g rozijnen
+/- 6 cl marsala
1l ongezoete amandelmelk
1 kaneelpijpje
4 kardemompeulen
2 stuks steranijs
100 g griesmeel
75 g suiker
1 pastille saffraanpoeder (0,15 g)

Voor de marsalasiroop:

2,5 dl marsala
112 g suiker
1/2 kaneelpijpje
snuf zout

Voor de amandelen:

50 g amandelschilfers

Verder nodig: puddingvormpjes of ronde schaaltjes

  • We beginnen met de marsalasiroop. Doe alle ingrediënten in een sauspannetje en zet op middelhoog vuur. Roer om de suiker op te lossen.
  • Wanneer de wijn kookt, laat je hem zo'n 25 minuten zachtjes koken onder regelmatig roeren. Vanaf een minuut of 20 controleer je of de siroop al dik genoeg is. Dit doe je door een druppeltje af te laten koelen op een lepel of op een koud bord. We willen immers een vloeibare siroop vergelijkbaar met honing en geen dikke stroop.
  • Giet de siroop in een glazen potje of een glas. Laat volledig afkoelen.
  • Ga verder met de griesmeelpudding. Doe de rozijnen in een kopje of een glas en overgiet ze marsalawijn totdat ze net bedekt zijn. Laat ze minstens een uur weken.
  • De kooktijd van de pudding is te kort om de specerijen hun werk te laten doen. Daarom brengen we de melk op smaak alvorens de pudding zelf te maken. Plet de kardemompeul lichtjes zodat ze openen. Doe de amandelmelk samen met de kardemompeulen, de steranijs en de kaneel in een ruime kookpot en breng aan de kook. Haal de pot van het vuur laat 10 minuten afgedekt staan. Verwijder de specerijen, bijvoorbeeld door de melk door een zeef de gieten.
  • Breng de gekruide amandelmelk opnieuw aan de kook. Voeg nu beetje bij beetje al roerend het griesmeel en de suiker toe. Meng er hierna ook het saffraanpoeder door. Laat alles twee minuten koken. Voeg hierna de rozijnen met de resterende marsalawijn toe en laat alles nog ongeveer twee minuten koken of totdat de pudding dik genoeg is.
  • Neem 4 ronde schaaltjes of puddingvormpjes, spoel ze uit met koud water en giet hierin de griesmeelpudding. Laat afkoelen.
  • Bak de amandelschilfers in een droge anti-aanbakpan op middelhoog vuur onder regelmatig roeren totdat ze goudbruin zijn. Voorzichtig, want ze gaan snel van lichtbruin naar zwart verbrand. Zet opzij.
  • Stort de puddinkjes op een bordje en werk af met marsalasiroop en geroosterde amandelschilfers.

thuismenu dessert

Sven, culi-redactie, woont in Brussel, gaat al lang mee op het Vegatopiaforum

Redacteuren gezocht

Heb je zin om ons team te versterken? Wij zijn op zoek naar nieuwe culinaire redacteuren, gastredacteuren en restaurantgidsredacteuren.. Ben je geïnteresseerd? Lees hier verder!

kookworkshop

Volg ons op

 

Twitter logo

horecarama

Boodschappen.nl

dekbeddiscounter